homeover het npicontactcolofon

logoBoeken en artikelen

Een transculturele psychoanalyse?

Bespreking van
Wouter Gomperts & Gerdine Veen (red.) (2006). Migratie in psychoanalyse -- Over psychoanalytische behandelingen van migranten en vluchtelingen. NPI-reeks. Assen: Van Gorcum. ISBN 4978 90 232 4158 4, VI + 101 pp., EURO 15,50

verschenen in het Tijdschrift voor Psychoanalyse, jaargang 13, nummer 2007 - 2, pp.167 - 168

Michel Thys

Wat is de betekenis van de psychoanalyse voor een cultuurdiverse samenleving zoals we die nu bij ons kennen? Is er in het therapeutisch aanbod van de psychoanalyse plaats voor de problematiek van volwassenen en kinderen uit niet-westerse culturen? Deze uitdagende vragen naar de mogelijkheid van een transculturele psychoanalyse vormden voor het Nederlands Psychoanalytisch Instituut te Amsterdam de aanzet om in 1999 de Werkgroep Interculturele Samenwerking op te richten. In 2005 vloeide hieruit een studiemiddag voort. In Migratie in psychoanalyse zijn de drie lezingen van die studiemiddag gebundeld, namelijk van de psychoanalytici Fernanda Sampaio de Carvalho, Ans van Blokland en werkgroepcoördinator Wouter Gomperts, en verder drie reacties van ‹externen›: systeemtherapeute Julia Bala, medisch antropoloog Rob van Dijk en psychiater Annechien Limburg-Okken. Daaraan werden nog teksten toegevoegd van de psychoanalytici Adeline van Waning (voormalig coördinator) en Max Westerborg.
Terwijl Sampaio de Carvalho onderzoekt hoe de migratieproblematiek (bv. onverwerkte rouw) doorwerkt in de volgende generaties en welke rol onder meer de taal daarin speelt, focust Van Blokland op de problematiek van stagnatie in de ontwikkeling (door overaanpassing dan wel ‹mummificatie›) en belicht ze (tegen)overdrachtelijke aspecten bij de behandeling van trauma. Van Waning geeft de lezer een idee van het gehechtheidsonderzoek in verschillende culturen en introduceert het oosters geïnspireerde concept ‹niet-gehechtheid›: een psychische positie die hechting en onthechting overstijgt in een niet-gehecht zijn aan het eigen perspectief als het beste of enige. Zo moet ook de psychotherapeut de gehechtheid aan zijn vertrouwde psychoanalytische verklaringsmodellen overstijgen om in contact te kunnen komen met de andersculturele patiënt. Ook Westerborg breekt een lans voor de herbezinning op onze psychoanalytische concepten en voor het loslaten van de idee dat onze theorieën universele geldingskracht bezitten. Hij volgt hierbij Aragón, die stelt dat de psychische processen zelf (bv. projectie) universeel zijn maar dat hun inhoud (wát wordt geprojecteerd) cultuurhistorisch bepaald zijn. Gomperts, die de omvangrijkste bijdrage levert, geeft in een kwalitatieve analyse met iets meer afstand een overzicht van vijfendertig psychoanalytische behandelingen op het NPI en van interviews met vijf therapeuten en evenveel patiënten. Mede door de vele citaten van beide partijen ontstaat een levendig beeld van het wel en wee in deze therapieën. De auteur benadrukt specifieke mechanismen als splitsing, idealisering en devaluatie van zowel de cultuur van oorsprong als van het gastland, desidentificatie en hyperidentificatie. Hij wijst op het gevaar van overschatting van de persoonlijkheidspathologie door een misinterpreteren van niet-westerse copingsstrategieën.
De vele vignetten brengen de klinische en theoretische beschouwingen in de verschillende hoofdstukken tot leven. Zo is er het interessante vignet waarin patiënt en therapeut, beiden migrant, zich samen terugtrekken in hun gemeenschappelijke moedertaal. Of er is de narcistische collusie van de therapeut-redder die aangedaan is door de getraumatiseerde patiënte. Ook blijkt hoe moeilijk het kan zijn om pathologie en etnisch-cultureel bepaalde toestanden te onderscheiden. Mentaliseren mag dan volgens Fonagy een adaptieve verworvenheid zijn van de menselijke soort en dus universeel, het westerse psychologiseren is toch erg cultureel ingebed. En zit er bijvoorbeeld in ons begrip ‹projectieve identificatie› niet een individualistisch-westers waardeoordeel verscholen? Deze en andere prikkelende vragen worden de lezer voorgeschoteld.
De drie commentaren zijn welwillend maar kritisch. Limburg-Okken voelt zich vooral aangesproken door het door Van Blokland beschreven proces van reconnecting om de psychische continuïteit van de gemigreerde patiënt te herstellen en zij wijst op het belang van ‹cultuursensitieve empathie›. Bala vraagt zich af of de psychoanalyse door haar toegenomen aandacht voor intersubjectiviteit en contextualiteit meer mogelijkheden schept voor interculturele therapie. Of blijft het voor de psychoanalyse, met haar focus op de individuele innerlijke beleving, toch niet moeilijker dan voor andere therapeutische oriëntaties om aansluiting te vinden bij de migrant of vluchteling? Zij legt de analytici ook de interessante vraag voor of het concept van ‹mentalisering› -- frequent aan de orde in deze bundel -- onderhevig is aan culturele verschillen. Van Dijk ten slotte vindt dat de analytische auteurs een te statisch cultuurbegrip hanteren. Daartegenover plaatst hij een dynamische cultuuropvatting, volgens welke betekenissen voortdurend in beweging zijn en zich in interpersoonlijke contacten vormen. In die zin is ook psychotherapie, als vorm van interactie, cultuurproductie en is de therapeut een culturele agent. Deze laatste dient zich bewust te zijn van de wijze waarop ook zijn eigen (professionele) cultuur doorklinkt in zijn interventies. Enkel dan is een ‹contextuele psychoanalyse› mogelijk. Ook de therapeut moet kunnen ‹migreren›.
In zijn bescheiden omvang is dit boekje een rijke inspiratiebron voor al wie psychoanalytisch wil werken met mensen met een andere culturele achtergrond. Het siert de auteurs dat ze de grenzen van de psychoanalyse willen exploreren en de analytische werkzaamheid willen onderzoeken. Als rode draad weerklinkt de stelling: ‹De vraag is niet of Fatima en Ahmad geschikt zijn voor onze therapie, maar wel hoe we onze therapie geschikt kunnen maken voor Fatima en Ahmad.› Maar is ook dit niet weer een misleidende polarisering? Zoals de migrant moet ook de psychoanalyse zich inderdaad niet defensief vastzetten in een mummificatie, maar evenmin moet ze zich verschansen in een overaanpassing die haar (culturele) identiteit al te zeer dreigt te verzwakken. Is deze identiteit overigens niet van oudsher, sinds Freud tot vandaag, nauw verweven met de hele traumaproblematiek? En precies het trauma is een centrale thematiek -- zo blijkt ook in deze uitgave -- in het werken met migranten en vluchtelingen. Transculturele analytici en analytische traumaspecialisten moeten misschien hun krachten meer bundelen. Met culturele verschillen kunnen omgaan betekent niet het verschil niet meer maken. De vraag is inderdaad of er plaats is voor migratie in de psychoanalyse, maar ook of er plaats is voor de psychoanalyse in migratie.

 

aanmelden nieuwsbrief

 

 

Home | Psychoanalyse nu | Opleiding | Onderzoek | Kwaliteitszorg | Verwijzers | Agenda | Boeken en artikelen | Linksnaar boven