homeover het npicontactcolofon

logoBoeken en artikelen

Dagboek uit een kamp

Bespreking van: Loden Vogel (2000), Dagboek uit een kamp. Prometheus, Amsterdam.

Herinneringen aan onmenselijkheid

Marc Hebbrecht

De bejaarde Louis Tas, een bekend Nederlands psychoanalyticus, geeft het kampdagboek dat hij meer dan vijftig jaar geleden heeft geschreven, nu opnieuw uit, en geeft er commentaar bij. Op 29 september 1943 wordt de familie Tas gedeporteerd naar Westerbork en vandaar op 15 maart 1944 naar Bergen-Belsen vervoerd. Zijn zuster weet tijdens de deportatie te ontsnappen. Het eerste deel is een verslag van zijn ontberingen in het concentratiekamp van Bergen-Belsen tussen 25 april 1944 en 7 april 1945. Op 10 april 1945 wordt de familie Tas per trein geëvacueerd naar een onbekende bestemming. De trein komt uiteindelijk tot stilstand bij het plaatsje Tröbitz, op de grens van Brandenburg en Saksen. Op 23 april worden ze door de Russen bevrijd. In het tweede deel van het boek (Brief an eine Deutsche) wordt deze kampervaring in het perspectief van zijn ganse leven geplaatst.

De omstandigheden die Tas beschrijft, zijn verschrikkelijk. Kleding, huisvesting en voeding zijn volstrekt onvoldoende. Terwijl het voedsel in het begin van zijn verblijf nog bestaat uit brood en aardappelen, blijft er aan het einde slechts koolraapsoep en griesmeel over. Brood wordt de enige waarde die nog telt. Iedereen in het kamp slaat voedselvoorraden op, er wordt geruild en gestolen. Brooddieven worden als zware misdadigers beschouwd. Louis Tas spreekt met zijn vader een geheimzinnig, onverstaanbaar dieventaaltje over eten. Hij wordt geslagen wanneer hij een kool laat vallen of de soep laat aanbranden. Gesprekken over intellectuele onderwerpen kunnen in het begin van het verblijf nog boeien maar worden later als absurd ervaren. Dromen en humor gaan over aardappelpuree, vlees in overvloed, overeten en weddenschappen over roomhoorntjes. Een kookboek wordt het summum van pornografische literatuur.

Deze traumatiserende omstandigheden veroorzaken een verregaande orale en anale regressie. De normale geslachtsdrift met al zijn vertakkingen verdwijnt: geen gêne of vuilbekkerij meer, geen flirten, niemand is hoffelijk, kameraadschap wordt onbelangrijk. Niemand interesseert zich werkelijk voor een ander. Maar goede huwelijken worden nog beter, moeders doen alles voor hun kinderen en geven het eigen voedsel weg (de kinderen vinden dit ergerlijk omdat het hen belast met schuldgevoelens), banden tussen broers en zussen worden hechter. Op de latrines ervaart hij intense lustgevoelens maar ook droomachtige toestanden waarbij hij zich met schrik afvraagt of hij bezig is het in zijn bed te doen. Regressie doet zich ook voor op het vlak van de moraliteit, evenwel niet bij iedereen. Vooral moeder Tas blinkt uit in altruïsme en slaagt erin met haar Jiddische liederen het lijden van anderen te verzachten.

Sterk ondervoed moeten ze zware en vuile arbeid verrichten. Wie het aandurft op te vallen, wordt op een barbaarse wijze gestraft. De hygiënische omstandigheden zijn mensonterend. De combinatie van ondervoeding, slechte hygiëne en ongedierte ligt aan de basis van infectieziekten. Gelukkig weet het gezin Tas deze hel te overleven. Misschien omdat ze hun integriteit en waarden kunnen behouden. Louis leest veel (Bleuler, Wilde, Shakespeare, Hemingway) en krijgt bijles van Landauer, de analyticus van zijn vader. Vader Tas kan zijn ervaring als zenuwarts ten dienste stellen van de andere kampbewoners. Louis legt zich in het begin toe op de aardappelvoorziening; later krijgt hij de taak van luizenbestrijder.

De psychische gevolgen van deze onmenselijke behandeling (Tas spreekt terecht over een negatieve therapie) zijn ingrijpend. Steeds frequenter doen zich dissociatieve verschijnselen voor. Hij geneert zich als hij behoorlijk wordt behandeld. Hij troost zich met de illusie dat hij van geluk mag spreken; buiten het kamp zou hij opgeëist worden voor het front; in de andere kampen is het misschien nog erger. Het gevoel van medelijden functioneert niet meer. Fantaseren over vroeger gaat steeds minder. Hij kan steeds minder van goede dingen genieten (hij ontwikkelt een antipathie voor de zon). Hij overleeft maar voelt zich schuldig. Momenten van hoop duren slechts kort: wanneer pakjes met levensmiddelen uit het buitenland worden gestuurd, bij geruchten over invasie, als gevolg van privileges (de ziekenbarak; werk in de keuken). Dissociatie en apathie dienen als ultieme verdediging tegen wanhoop.

Louis Tas mag nog van geluk spreken. Hij keerde heelhuids terug en mocht meemaken dat zijn ouders lange tijd bleven leven. Zelfs na deze kampervaring geeft hij weinig blijk van anti-Duitse gevoelens. Over zijn eerste analyticus evenwel geen goed woord! Tas is in 1943 -- kort voor zijn deportatie -- in analyse gegaan. Hij neemt het zijn eerste analyticus zeer kwalijk dat deze hem in analyse nam in plaats van tot migratie aan te sporen. Na de oorlog moet Tas de afwijzing door diezelfde analyticus incasseren terwijl zijn vader wel door hem in analyse wordt genomen! Een uiterst pijnlijke beleving voor Louis. Over zijn tweede analyse (begonnen in 1966), ditmaal bij een vrouwelijke analytica, is hij vol lof. Zijn rouwproces komt op gang (`de geesten bloed geven om te kunnen rouwen'); hij herwint het vermogen om gedifferentieerd te voelen. Deze analyse lost echter niet alle gevolgen van de kampervaring op; depersonalisatie blijft zich periodiek herhalen. En hij gaat constant gebukt onder een gevoel van schaamte. Niet alleen het zich schamen te weinig ondernomen te hebben om de traumatisering te voorkomen maar vooral de schaamte over het feit dat hij zo slecht door anderen is behandeld. Niet voor niets wordt hij Nederlands schaamte-expert!

Een schrijnend boek, aangrijpend in al zijn realisme. Tas geeft -- zoals gezegd -- weinig blijk van anti-Duitse gevoelens. Met dit boek worden ze afgesplitst en met grote kracht in de lezer geëvacueerd. Ik heb ze in ieder geval gevoeld. Louis Tas beschrijft niet hoe deze kampervaring zijn identiteit als analyticus heeft beïnvloed, ook niet wat de gevolgen waren voor de volgende generaties, terwijl hij met zijn competentie als ervaren analyticus hierover veel zinvolle dingen had kunnen schrijven. Ik kan hem begrijpen. De laatste alinea van het boek geeft het antwoord: `Ik zie er node van af om te schrijven over het leven dat we samen hebben en dat rijk is aan belevingen. Degenen die erin worden beschreven, lezen het dan nieuwsgierig mee, en dat besef kost me mijn spontaneïteit. Het lijkt me wijzer en eerlijker het verhaal hier voorlopig af te sluiten.'

Wat hebben psychoanalytici en psychotherapeuten aan het dagboek van Loden Vogel? Veel boekenclubs maken reclame voor een of ander boek waarin aspecten van de holocaust op een confronterende manier worden belicht. Het blijft een psychoanalytisch interessant verschijnsel waarom dergelijke gruwelverhalen bestsellers worden. Is er dan toch sprake van een holocaustindustrie, waarbij ik verwijs naar het recente boek van Norman Finkelstein (2000)? Het brede publiek is blijkbaar zeer geïnteresseerd in de grootschalige agressie die kan losbreken wanneer een paranoïde leider aan de macht komt en samen met een kliek een doctrine en een bureaucratische structuur uitwerkt die een kleine groep tot zondebok maakt, vervolgt en vernietigt.

Het boek van Loden Vogel is niet zomaar een holocaustverhaal uit een grote reeks. Het is vooral de getuigenis van een diep geloof in de menselijke integriteit en een bewijs van het vermogen dat het vertrouwen in de mens onwankelbaar kan blijven zelfs na de meest afschuwelijke ervaringen. De hoop dat het goede uiteindelijk wint van het kwade, wordt met dit boek nogmaals versterkt. Tas laat ons zien dat het mogelijk is een competent en menselijk analyticus te zijn, ook na deze verschrikkelijke ervaring. Ook dan kan men onderzoekend blijven in plaats van ten onder te gaan aan wraakzucht. Dank zij de psychoanalyse kon hij psychisch overleven. Psychoanalytici zullen iets leren over de schaamte-ervaring, over het onvermogen te rouwen, over de affectconstrictie als verdediging tegen extreme haatgevoelens, over de loyaliteitsdroom. Het boek laat ons zien hoezeer het welslagen van een analyse afhangt van de integriteit en de moed van individuele mensen (de vergelijking tussen zijn twee analytici). Om die reden wil ik het boek van harte aanbevelen. Maar vooral biedt het boek de mogelijkheid om communicatie via projectieve identificatie aan den lijve te ervaren. Volgens mij heeft Louis Tas met het schrijven van dit boek een ultieme poging ondernomen om alsnog contact te krijgen met een ondraaglijk gevoel van gekwetst zijn dat vanwege de ondraaglijkheid afgesplitst werd. Zijn boek is een manier om dit onbewuste en afgesplitste gevoel bij de lezers te leggen en met vele lezers te delen, want zo'n pijn is niet door één of enkele personen te dragen. En de lezer voelt een intense overtuiging opwellen dat zoiets vreselijks nooit meer mag gebeuren, dat hij zich voortaan wil weren tegen alle vervolgers.

Literatuur
Finkelstein, N.G. (2000), The Holocaust Industry. Reflections on the Exploitation of Jewish Suffering. Verso, New York/Londen.

Dr. M. Hebbrecht is psychiater en psychoanalytisch psychotherapeut in Kortenberg en in Tongeren.

 

aanmelden nieuwsbrief

Zie verder:

Bibliotheek NVPA

 

Home | Psychoanalyse nu | Opleiding | Onderzoek | Kwaliteitszorg | Verwijzers | Agenda | Boeken en artikelen | Linksnaar boven